Maar wat is het geheim tot langdurige maatschappelijke orde? [1] Net zoals alles is ook maatschappelijke orde hiërarchisch geordend. Een houdbare orde begint in de kleinste, maar het belangrijkste onderdeel van de samenleving, namelijk het gezin. Bovenop deze huiselijke orde is de burgerlijke orde gebaseerd. Immers, wie zich thuis niet kan handhaven, zal zich ook niet kunnen handhaven in de maatschappij. Op deze maatschappelijke orde is weer nationale orde gebouwd. En zo gaat het door tot een wereldorde waarin wereldvrede mogelijk is.
Aristoteles en Augustinus geven elk hun eigen ideeën wat betreft de richting waarin we moeten zoeken om dit te wel te verwezenlijken. Allereerst de Griek Aristoteles. In zijn boek Ethica neemt het onderwerp vriendschap een ruime plaats in. Twee hoofdstukken zijn er volledig aan gewijd. Cynisch gezien kan de tekst gezien worden als een aaneenschakeling van het intrappen van open deuren, maar aan de andere kant geven de twee hoofdstukken (VIII en IX) van Ethica een schat aan informatie over de klassieke beleving van vriendschap. Augustinus daarentegen beroept zich op de christelijke traditie en zet dit fenomeen in een christelijk perspectief.
Wat is nou eigenlijk vriendschap? In deze tijd waarin alles ter discussie staat is het verstandig om een eigen definitie te hanteren. Vriendschap is een horizontale verbintenis tussen mensen. [2] Waar een verticale verbintenis een verbintenis tussen bijvoorbeeld meester en leerling inhoud, is een horizontale verbintenis een verbintenis tussen 2 min of meer gelijken. Bij Aristoteles begint de vriendschap bij een gevoel van wederkerigheid, bij Augustinus begint de vriendschap als een vorm van liefde [3] [4]. Dat is dus iets radicaal anders dan het eigentijdse idee van vriendschap, die inhoud dat vriendschap begint bij het klikken van de muis op het knopje "toevoegen" op Facebook of Hyves.
Hoe sterk onze postmoderne democratie lijkt om de Platonische ochlocratie [5] wordt hier snel zichtbaar. Vriendschap in zijn eigentijdse vorm is volledig ontdaan van de geestelijke dimensie. Vriendschap, als deze überhaupt al bestaat, lijkt vooral te bestaan omdat een persoon de andere heeft toegevoegd op zijn vriendenlijst ergens op een profielenwebsite. Deze lege huls is een perverse vorm van vriendschap. Om voorlopig maar even bij de oude Grieken te blijven, mist het om te beginnen de pathos. Bij communicatie via internet worden alleen de woorden verzonden en niet de gemoedstoestand van de schrijver en van het bericht. Een gemoedelijke opmerking als "LOL haha, wat ben je toch een stomme zak" kan overkomen als een grove belediging, terwijl men er in het gewone verbale verkeer via de pathos een gemoedelijke lading mee kan brengen. Digitale communicatie is dus zeer begrenst en exclusief digitale vriendschap kan dus nooit werkelijke vriendschap inhouden. [6]
Het eigentijdse idee van vriendschap buiten profielenwebsites om lijkt tegenwoordig vooral gebaseerd te zijn op egoïsme. "Ik ben een vriend van die en die omdat ik mij daarbij goed bij voel." Ook dit is geen vriendschap. Waar bij digitale communicatie het de beperkingen van de communicatie is die daadwerkelijke vriendschap onmogelijk maakt is het bij deze uitleg vooral de aard. Vriendschap omdat ik er mij goed bij voel is geen vriendschap omdat er geen sprake is van liefde [4] en ook wederkerigheid lijkt te ontbreken. De ander kan namelijk net zo goed "vriend" zijn met de eerste omdat hij zich er goed bij voelt en niet om de waarde van de ander. Het is wel een vorm van egoïsme die beter bekend staat als narcisme. Narcisme is een bijzondere vorm van egoïsme die epidemisch lijkt te zijn in onze zieke samenleving. Narcisme wordt met name bevorderd door de commercie. Narcistische mensen zijn namelijk naast vol van zichzelf, ook chronisch ontevreden over zichzelf. Dit vacuüm wordt gevuld door de commercie die grote hoeveelheden rotzooi aan de ontevreden mens verkoopt. Maar die rotzooi vult dat vacuüm natuurlijk niet, dus wat doet men? Nog meer rotzooi kopen natuurlijk die evenmin het geestelijke vacuüm vult. [7]
Narcisme en digitale vriendschap gaan hand in hand. Als de profielen op Hyves en Facebook één ding bewijzen is dat mensen in naam van kijk eens hoe goed _ik_ het heb hun meest intieme zaken (vaak tot aan de trouwfoto’s toe) aan hun profiel koppelen. Als men dan ook nog vrienden maakt met bekende Nederlanders (die ieder op zich de Bijbelse waarschuwing tegen idolatrie rechtvaardigen) is de narcistische persoonlijkheid voor de komende minuten weer verzadigd.
Goed, nu we weten hoe het niet moet kunnen we beginnen met de ontdekking van de werkelijke vriendschap. In vriendschap zit zoals we eerder al vaststelden wederkerigheid en liefde [4] [8]. Deze wederkerigheid begint met welwillendheid volgens Aristoteles. [9] Welwillendheid is dus zo wel een houding als een handeling. [10]
Aristoteles heeft in zijn taxonomie van de vriendschap enige hiërarchie in vriendschap proberen aan te brengen. Als we Aristoteles volgen in zijn taxonomie is genot de laagste vorm van vriendschap, daarna komt nut en de hoogste vriendschap is vriendschap gebaseerd op het goede. [11]
Maar wat zijn nu de verschillen tussen Augustinus en Aristoteles? Een stukje uit Ethica:
"Moet men zich dan tegenover een vroegere vriend helemaal niet anders gedragen dan als hij nooit een vriend was geweest? Moet men dan niet eerder de herinnering koesteren aan de vertrouwdheid van weleer? En moet men niet, zoals men naar mij menen vrienden eerder dan vreemden een genoegen met doen, ook degenen met wie men bevriend is geweest, wegens die vroegere vriendschap enige sympathie betonen, als men tenminste geen buitensporige slechtheid van hun kant is die tot de breuk heeft geleid" Ethica, 1165 b 35
Iedereen merkt dat het woord vergiffenis van een vriend hier in de lucht hangt, maar toch niet genoemd wordt. Hier is dus een verschil te bemerken tussen Augustinus en Aristoteles [12]. Maar er is ook een ander beeld wat hier ontstaat. Augustinus en Aristoteles vullen elkaar aan.
Augustinus gaat ook veel verder dan welwillendheid. Volgens Augustinus is vriendschap liefde. [4] Vriendschap is onbaatzuchtig. Vertrouwen is daarom ook bij Augustinus een veel groter thema dan bij Aristoteles. Verdere verschillen tussen Augustinus en Aristoteles kan men vinden in de sfeer tussen de ruimte waarin het toegestaan is dat vrienden in elkaar verschillen. Als die verschillen te groot zijn, beaamt Augustinus, dan kan vriendschap niet bestaan. Zoals het verschil tussen mens en God te groot is. Een mens kan dus nooit God’s vriend worden. Maar op kleinere schaal kan dat wel. Men kan denken aan verschillen in intellectuele capaciteiten of leeftijd tussen mensen.
Maar ook bij Augustinus zit ergens een einde. Augustinus noemt het "geestelijk sterven" van een mens als duidelijk einde van een vriendschap. [13] Dit geestelijk sterven is volgens Augustinus erger dan lichamelijk sterven.
Maar goed, wat nu over die maatschappelijke orde? Blijvende maatschappelijke orde [14] organiseert men door middel van vriendschap en vergiffenis. Niet vriendschap met iedereen natuurlijk en evenmin oneindige vergiffenis van alle denkbare zonden, maar wel vriendschap met betekenis tussen mensen en vergiffenis als vergeving van misstappen. Zo’n christelijke maatschappelijke orde zal een hernieuwde aantrekkingskracht van het christendom opleveren. Maar dan moeten we er om mee te beginnen er ook zelf naar leven en niet bij een geschil over punten en komma’s elk een eigen afsplitsing van de kerk beginnen. Cultuur, vorming en eenheid zijn immers werkwoorden.
Gebruikte literatuur
* Ethica, Aristoteles, hoofdstukken VIII en IX.
* De Civitate Dei (Over de stad Gods), boek 19, Augustinus.
Noten
[1] In eigentijds gebabbel: "sociale cohesie". Maar "sociaal" is een politiek-links woord dus dat gebruik ik natuurlijk liever niet.
[2] Mijn excuses voor de koude definitie voor iets warms als vriendschap.
[3] In de niet-erotische zin, uiteraard. Voordat hier misverstanden over ontstaan.
[4] Laten we voor de helderheid even een zijsprongetje maken naar C.S. Lewis. Bij liefde tussen geliefden staan de geliefden tegenover elkaar met hun gezicht naar elkaar toe. Bij liefde tussen vrienden staan de vrienden naast elkaar met hun gezicht naar de wereld. ~ C.S. Lewis, The Four Loves.
[5] Voor ochlocratie lees: Plato, De republiek.
[6] Overigens is digitaal contact natuurlijk niet alleen maar slecht. Grenzen en afstand verdwijnen bijvoorbeeld door digitale communicatie.
[7] Het werkelijke probleem is natuurlijk veel en veel groter, maar die discussie ligt buiten het bereik van wat ik hier wil zeggen. Ik wil wel een aanzet geven in de goede richting. Namelijk de afbraak van de instituties, het materialisme en onverschilligheid.
[8] Christelijker gezegd: charitas.
[9] Dit lijkt op de eerder genoemde open deuren, maar is het wel een open deur? Is het niet eerder zo dat de aard van mensen in al die tijd (tussen ons en Aristoteles zit met gemak 2300 jaar) niet is veranderd, ondanks allerlei mislukte socialistische "sociale" experimenten?
[10] Net zo goed cultuur en vorming dat zijn, maar dat terzijde.
[11] "Goede vriendschap" verdient wellicht wat duiding. Volgens Aristoteles is vriendschap tussen goede mensen, vriendschap tussen mensen die qua voortreffelijkheid elkaars gelijke zijn en goed zijn in zichzelf.
|[12] Ik moet zelf zeggen dat Augustinus wel erg ver gaat in "vergiffenis". Niet alles is namelijk te vergeven. Het schenden van de Tien Geboden bijvoorbeeld. Ook moet men oppassen dat mensen niet over je heen gaat lopen. Dat laatste is wel iets wat gebeurd als je zaken oneindig blijft vergeven. Net zoals vrijheid bestaat vergiffenis dus omdat er een limiet aan zit.
[13] Hier wordt afvalligheid mee bedoeld. Dus niet in de eigentijdse zin van het idee "geestelijke sterven", namelijk geestelijk sterven in de zin van dementie.
[14] Of misschien beter: maatschappelijke vrede.