Een psalm van Bravert.
De Staat is mijn herdster, mij ontbreekt veel.
Zij doet mij nederliggen in kleine, verontreinigde weiden.
Zij voert mij aan rumoerige wateren, zij ontkent mijn ziel.
Zij leidt mij in kromme sporen omdat ik die wil en het Haar uitkomt.
Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad
want gij zijt bij mij met camera's.
Uw wapenstok en pistool die dwingen mij.
Gij disst* mij voor de ogen van hen, die mij benauwen.
Gij zalft mijn hoofd met schuldgevoel, mijn beker vloeit over.
Ja, onheil en getier zullen mij volgen, al de dagen van mijn leven.
Ik zal in mijn huis van de bank of woningcorporatie mogen verblijven
zolang ik gehoorzaam ben.
*Dissen: straattaal woord. Betekent: "To dis-respect", vernederen.