"Het Christendom is een strijdbare godsdienst."   -   C.S. Lewis
Premoderne bronnen


Bitterlemon ziet de als voornaamste premoderne bron van onze cultuur onze Germaanse afkomst. Niet dat onze cultuur vandaag de dag nog specifiek "Teutoons" zou zijn, maar we herkennen in de "Germaanse traditie" universele elementen die ook in de Joodse traditie bestaan, zoals in de tijd van de Richteren werden geopenbaard. En die ook in de Afrikaanse en Koreaanse traditie te vinden zullen zijn. Maar voor moderne Europeanen geldt: zonder het de bron van de Germaanse afkomst - door anderen ook wel "Teutoons" genoemd - verliezen we het zicht op die laag van het bestaan zoals die ons in de tijd van de Richteren werd geopenbaard.

Allereerst is er dus het gegeven van onze afkomst. Onze voorouders waren namelijk (voor een groot deel) Germanen of vergermaanste Kelten. De Germaanse cultuur bevatte elementen als het federale denken, het patriarchaat, de gelijkheid van de vrije mannen, de gastvrijheid, de eenheid van politiek, religieus en militair leiderschap. Het is deze traditie die een denker als Edmund Burke aanduidden met de "Teutonic source" van onze cultuur en die mannen als Montesqieu, Thomas Jefferson en David Hume inspireerden tot de idee van de "Germaanse vrijheid" die zou zijn geboren in de Teutoonse wouden. In het kader van de zoektocht naar de bronnen van het Oude Europa kunnen we niet dan ook nietheen om onze belangrijke, doch vergeten Germaanse afkomst. Met een valse schaamte wil de moderne Europeaan nauwelijks nog herinnerd worden aan zijn verleden, laat staan aan zijn Germaanse afkomst. Dat was ooit anders. Ooit speelde de Germaanse c.q. Teutoonse bron een gewichtige rol in de traditie van de zogenaamde "sceptische verlichting", die een grote continuiteit met diverse zeventiende-eeuwse denkers in stand hield. Mannen als Montesqieue ("de vrijheid is geboren in de Germaanse wouden"), David Hume en Thomas Jefferson hadden eveneens een scherp oog voor het belang van de Germaanse i.c. Teutoonse Bron voor de cultuur van het Oude Europa.

Het is deze belangstelling die verklaart waarom Rembrandt van Rijn het schilderij maakte over Claudius Civilis en de Batavieren, en waarom veel latere "Patriotten" eveneens teruggrepen op het Bataafsche vrijheidsideaal. Wanneer men in onze tijd echter spreekt over de bronnen van onze cultuur (of van Europa) wijst men meestal op de klassieke bronnen (Grieks, Romeins), de christelijke (of Joods-christelijke) bron en/of op de humanistische bron, vaak aangevuld met die van de "Verlichting". En deze "Verlichting" is dan niet die van de "sceptische verlichters, die in de lijn van Thomas, de School van Salamanca en de "monarchomachen" stonden, maar de "jacobinische" Verlichting.

In het "vergeten" van de Teutoonse bron, gepaard gaande met de eenzijdige fixatie op de jacobinische Verlichting, manifesteert zich een preoccupatie met het culturele en een fixatie op de geschreven geschiedenis als eigenlijke bron van cultuur. In de discussie rond de nieuwe Europese Grondwet in 2004 was ook duidelijk te zien dat alle zogenaamde "bronnen" werden toegeschreven en toegedacht naar de werkelijkheid van de Verlichting. Het pad naar het Europa van de Verlichting loopt dan over "klassiek" en "humanisme" naar dit "ideaal in wording".

Wij vinden deze insteek - welke is geboren uit het Ad Fontes van de humanisten - niet alleen eenzijdig, maar ook onjuist en denken dat deze manier van omgaan met de bronnen juist de werkelijkheid achter en vanuit de bronnen heeft uitgefilterd. Wij zien "bronnen" als ingangen in de werkelijkheid van het leven i.c. het bestaan en als manifestaties van een Oude Wereld die nog steeds de onze is. En deze bronnen kunnen ons helpen de verdwenen laag van de werkelijkheid te herontdekken en ze kan ons daarbij tevens helpen in onze zoektocht naar de natuurlijke mens.

De Teutoonse bron brengen wij naar voren wanneer we onder meer de verbondsdimensie en het natuurlijke van de het Oude Europa willen tonen. Het Genossenschaftsdenken van de Germanen i.c. de Teutonen is niet alleen kenmerkend voor de Europese cultuur, maar toont ons meer: de "vergeten" en "genegeerde" werkelijkheidslaag in alle volken en culturen, in het bijzonder de "Bijbelse" cultuur. En dan denken wij met name aan de Bijbelse realiteit die wij verbinden met de Richterentijd. In deze tijd kwam de Teutoonse werkelijkheidslaag goed tot uiting: het leven in de werkelijkheid van verbond en natuurlijkheid.

De laag van verbond en natuurlijk leven is niet alleen ondergewaardeerd in het bronnenonderzoek naar de bronnen van onze en van de Europese cultuur, ze is ook vernietigd - voor zover mensen dat vermogen te doen. Door de overmatige fixatie op klassieke, humanistische, christelijke bronnen (die door deze insteek dan ook in elkaar schuiven) is de Europese cultuur vervreemd geraakt en van haar wortels i.c. bronnen en van de werkelijkheid i.c. schepping als zodanig.

Het gevolg is dat we een continent van zwakke en onnatuurlijke mensen zijn geworden in een wereld die God wegseculariseert en waarin de kracht in abstracties, mega-oplossingen en kracht van organistatie wordt gezocht. Deze crisis reikt tot in de kerken en parlementsgebouwen en tot op kansels en katheders. In het religieuze geval wordt er tot de mens gepreekt alsof het een zielig gevallen en mentaal is dat door een maakbaar geloof "gesterkt" kan worden. In het politieke geval alsof de men een slachtoffer is die door een maakbare samenleving beschermd kan worden.