sluiten

bitterlemon.eu
De staat is dood leve de Kerk!

http://www.bitterlemon.eu/pages/Post.aspx?78c47bac-ee32-4827-a729-0725137c9861

maandag 19 oktober 2009 12:48 door: Jonathan van Tongeren

Maarten Klok schrijft in zijn blog ‘Terug naar een nachtwakersstaat’ over een staat die zijn perken te buiten gaat. Het is een eloquent betoog om het gezag van maatschappelijke verbanden als buffer tegen de staat te herstellen, om zo te komen tot een nachtwakersstaat, het schiet echter te kort. Ik constateer enige verwarring van doel en middelen. Het herstel van een vrije samenleving is mijn inziens eerder een doel in zichzelf dan dat het moet dienen tot het ‘ideaal’ van een nachtwakersstaat. Voorts heb ik ernstige bedenkingen bij de nachtwakersstaat als ideaal, om precies te zijn bij de wenselijkheid en de bestaanbaarheid daarvan. Tot slot ontbreekt er een speler in Klok’s betoog en wel een essentiële.

Abraham Kuyper, voorman van de Anti-Revolutionaire Partij, stelde dat de staat het mechanische hoofd is van de samenleving. Zonder diep in te gaan op Kuyper’s opvattingen, kunnen we er mee instemmen dat de staat niet geschapen is, maar door mensen geconcipieerd. Wat wel geschapen is, is gezag of autoriteit. Adam had bijvoorbeeld gezag over de dieren en over zijn vrouw, hij benoemde ze. De maatschappelijke verbanden ontstaan organisch, men denke aan het gezin, doordat men tot een bepaalde groep behoort (gilde, militie/schutterij), of door vrijwillige aansluiting, men denke aan diverse verenigingen. Veel van deze verbanden hebben oudere papieren dan de staat; die is een veel recentere uitvinding (vandaar de term ‘mechanisch’). Klok stelt de staat te willen terugdringen door het versterken van de maatschappelijke verbanden, dat is op zich lovenswaardig, maar door de zogenaamde nachtwakersstaat als finalité te hanteren, accepteert hij impliciet het bestaan van de staat. Ik wil daar niet in meegaan. De nachtwakersstaat is namelijk een liberaal concept. Historisch heeft de nachtwakersstaat geleid tot de omvattende staat die we nu zien. Daarin zijn vijf stadia te onderscheiden:

  1. Het Hobbesiaanse gemenebest (commonwealth), 
  2. De nachtwakersstaat, 
  3. De regulerende staat, 
  4. De gelijke kansenstaat, 
  5. De keuze bevorderende staat.

“Ieder stadium voorbij het tweede laat een progressieve uitbreiding in het bereik van de staat zien, omdat soevereine individuen - die hun eigen doelstellingen na willen jagen - continu de voorwaarden van het sociaal contract aanpassen wanneer hun doelstellingen dat vereisen. In het tweede stadium willen de partijen in het contract de staat zo klein mogelijk houden, maar aangezien de gecombineerde effecten van hun egocentrische keuzes tot onvermijdelijke misbruiken leiden, wordt om de staat geroepen om dit recht te zetten. Omdat het liberalisme de politieke gemeenschap voorstelt als een vrijwillige associatie, is er geen fundamentele reden om tegen de uitbreiding van de staat te zijn als de burgers dat wensen. Zodoende verwachten liberalen, in het derde stadium, dat de staat de grote corporatieve belangen in toom brengt. In het vierde stadium verwachten ze ook van de staat dat die gelijke kansen garandeert. En ten slotte, in het vijfde stadium, in aansluiting op de vorige vier stadia, vragen liberalen van de staat dat het de impact van een brede verscheidenheid aan persoonlijke keuzes in banen leidt, ja zelfs faciliteert, waarvan de consequenties anders vernietigend zouden zijn.” In een eerder blog, waaruit ik zojuist citeerde, zinspeelde ik er al op dat het vijfde stadium waarin iedereen autonome keuzes maakt, uiteindelijk een ‘bellum omnium contra omnes’ ontstaat, waarvoor Hobbes de Leviathan voorschrijft, een staat die alles beheerst, om vervolgens ‘de vicieuze cirkel van het liberalisme’ te herhalen. Van een liberaal concept als de nachtwakersstaat hebben we dus weinig te verwachten. Als we op deze manier de grote staat willen terugdringen is het alsof we met de welpjes van de Leviathan in koor mee blaffen naar hun aller moeder.

Zoals gezegd is de staat er niet altijd geweest, de staat heeft kunnen ontstaan doordat er een vacuüm is gevallen waarin zij macht kan uitoefenen. De staat had niet kunnen ontstaan als er sterkere machten waren geweest die haar het bestaan ontzegd hadden. In de middeleeuwen is het enige tijd zo geweest dat er een evenwicht bestond tussen wereldlijke macht en geestelijke macht. En dit brengt ons bij de speler die ontbreekt in Klok’s betoog, de Kerk. In protestantse kringen is het niet ongebruikelijk de Kerk onder de maatschappelijke verbanden te scharen en in feite te beschouwen als een vergadering of vereniging. Daarin schuilt het gevaar dat we de bijzondere roeping van de Kerk met betrekking tot de gerechtigheid uit het oog verliezen; de Kerk is immers ook een vergadering en een vereniging, maar zij is meer dan dat en in dit verband is dat van essentieel belang. De toestand in de middeleeuwen was namelijk dat de Kerk een effectieve tegenmacht was tegenover de wereldlijke macht. We kunnen dit zo samenvatten dat de Kerk de auctoritate (het gezag) had en de vorst de potestas (de macht). Buiten het gezag van de Kerk om, geraakte men niet aan de macht, het kronen van een vorst was immers een verantwoordelijkheid van de geestelijke macht. Ook was het zo dat de Kerk een wereldlijk machthebber tot de orde riep als deze zich onwaardig gedroeg. Een voor de hand liggend voorbeeld is koning Hendrik VIII van Engeland, die wilde scheiden om met een andere vrouw te kunnen trouwen. Dit werd hem door de Kerk vanzelfsprekend ontzegd, waarop hij zijn eigen kerk instelde. Dit is maar één van de voorvallen die de historische terugloop van de rol van de Kerk als tegenmacht tegenover de wereldlijke macht markeren. Een ander bekend historisch tafereel is Napoleon die zich in bijzijn van desbetreffende bisschop zelf de kroon op het hoofd drukt, als ultieme illustratie van de veranderende rol van de Kerk in dit opzicht. Van een gezaghebbende en gezagverlenende (of intrekkende!) instantie is de Kerk tot een omstander geworden, ze mag er bij staan en toekijken.

Tegenwoordig zou men het (al dan niet) legitimeren van wereldlijke macht door de geestelijke macht afwijzen, met een beroep op de zogenaamde scheiding van kerk en staat. Vroeger was er veeleer sprake van een evenwicht tussen Kerk en vorst, zoals er in een huwelijk een evenwicht bestaat tussen man en vrouw, zij kennen hun onderscheiden taken en verantwoordelijkheden. En de vorst erkent het gezag van de Kerk, zoals een vrouw het gezag van haar man erkent. De (echt-) scheiding van kerk en staat is dus een probleem, omdat de staat zich niets meer gelegen laat liggen aan de Kerk, maar macht en gezag usurpeert. De Kerk is dus cruciaal in het terugdringen van de staat. Met een nachtwakersstaat zijn we er derhalve niet, want ook in die nachtwakersstaat, in zoverre die bestaan heeft, was er een zogenaamde scheiding van kerk en staat. Bij die scheiding gaat het niet zozeer om een scheiding als zodanig, want een onderscheid in taken en verantwoordelijkheden is er immers altijd geweest; het gaat veeleer om een evenwicht dat verst