"Het is beter dat een staat ten onder gaat dan dat er aan de natuurlijke rechten van de mens wordt geraakt."   -   mr. W.J.A.J. Duynstee C.ss.R.
Vriendschap vergiffenis 7e Een confrontatie tussen Aristoteles en Augustinus

woensdag 27 januari 2010 14:45 door Erwin Wolff


Deze tekst is een weergave van een wel bijzonder inspirerend studieweekend waar ik aanwezig bij mocht zijn (waarvoor dank). Hier en daar aangevuld met mijn eigen ideeën.

Vriendschap staat de laatste tijd onder druk. Nu is dat helaas niet iets opmerkelijks in deze tijd waarin bijna alles wat goed is onder druk lijkt te staan. Maar vriendschap is wel een heel bijzonder verschijnsel waarvan het verlies de deur open zet naar veel ellende. Het gaat hier om niets minder dan de maatschappelijke orde. Nu kan deze orde op meerdere manier worden bereikt. Men kan maatschappelijke orde afdwingen met geweld. Men kan dan vragen stellen bij de houdbaarheid daarvan, maar over het algemeen is dan de vrede voor een tijdje gegarandeerd tot een volgende uitbarsting van onvrede. Het idee dat orde gecreëerd wordt door geweld is daarom ook niet onjuist, die orde is echter enkel tijdelijk.

Maar wat is het geheim tot langdurige maatschappelijke orde? [1] Net zoals alles is ook maatschappelijke orde hiërarchisch geordend. Een houdbare orde begint in de kleinste, maar het belangrijkste onderdeel van de samenleving, namelijk het gezin. Bovenop deze huiselijke orde is de burgerlijke orde gebaseerd. Immers, wie zich thuis niet kan handhaven, zal zich ook niet kunnen handhaven in de maatschappij. Op deze maatschappelijke orde is weer nationale orde gebouwd. En zo gaat het door tot een wereldorde waarin wereldvrede mogelijk is.

Aristoteles en Augustinus geven elk hun eigen ideeën wat betreft de richting waarin we moeten zoeken om dit te wel te verwezenlijken. Allereerst de Griek Aristoteles. In zijn boek Ethica neemt het onderwerp vriendschap een ruime plaats in. Twee hoofdstukken zijn er volledig aan gewijd. Cynisch gezien kan de tekst gezien worden als een aaneenschakeling van het intrappen van open deuren, maar aan de andere kant geven de twee hoofdstukken (VIII en IX) van Ethica een schat aan informatie over de klassieke beleving van vriendschap. Augustinus daarentegen beroept zich op de christelijke traditie en zet dit fenomeen in een christelijk perspectief.

Wat is nou eigenlijk vriendschap? In deze tijd waarin alles ter discussie staat is het verstandig om een eigen definitie te hanteren. Vriendschap is een horizontale verbintenis tussen mensen. [2] Waar een verticale verbintenis een verbintenis tussen bijvoorbeeld meester en leerling inhoud, is een horizontale verbintenis een verbintenis tussen 2 min of meer gelijken. Bij Aristoteles begint de vriendschap bij een gevoel van wederkerigheid, bij Augustinus begint de vriendschap als een vorm van liefde [3] [4]. Dat is dus iets radicaal anders dan het eigentijdse idee van vriendschap, die inhoud dat vriendschap begint bij het klikken van de muis op het knopje "toevoegen" op Facebook of Hyves.

Hoe sterk onze postmoderne democratie lijkt om de Platonische ochlocratie [5] wordt hier snel zichtbaar. Vriendschap in zijn eigentijdse vorm is volledig ontdaan van de geestelijke dimensie. Vriendschap, als deze überhaupt al bestaat, lijkt vooral te bestaan omdat een persoon de andere heeft toegevoegd op zijn vriendenlijst ergens op een profielenwebsite. Deze lege huls is een perverse vorm van vriendschap. Om voorlopig maar even bij de oude Grieken te blijven, mist het om te beginnen de pathos. Bij communicatie via internet worden alleen de woorden verzonden en niet de gemoedstoestand van de schrijver en van het bericht. Een gemoedelijke opmerking als "LOL haha, wat ben je toch een stomme zak" kan overkomen als een grove belediging, terwijl men er in het gewone verbale verkeer via de pathos een gemoedelijke lading mee kan brengen. Digitale communicatie is dus zeer begrenst en exclusief digitale vriendschap kan dus nooit werkelijke vriendschap inhouden. [6]

Het eigentijdse idee van vriendschap buiten profielenwebsites om lijkt tegenwoordig vooral gebaseerd te zijn op egoïsme. "Ik ben een vriend van die en die omdat ik mij daarbij goed bij voel." Ook dit is geen vriendschap. Waar bij digitale communicatie het de beperkingen van de communicatie is die daadwerkelijke vriendschap onmogelijk maakt is het bij deze uitleg vooral de aard. Vriendschap omdat ik er mij goed bij voel is geen vriendschap omdat er geen sprake is van liefde [4] en ook wederkerigheid lijkt te ontbreken. De ander kan namelijk net zo goed "vriend" zijn met de eerste omdat hij zich er goed bij voelt en niet om de waarde van de ander. Het is wel een vorm van egoïsme die beter bekend staat als narcisme. Narcisme is een bijzondere vorm van egoïsme die epidemisch lijkt te zijn in onze zieke samenleving. Narcisme wordt met name bevorderd door de commercie. Narcistische mensen zijn namelijk naast vol van zichzelf, ook chronisch ontevreden over zichzelf. Dit vacuüm wordt gevuld door de commercie die grote hoeveelheden rotzooi aan de ontevreden mens verkoopt. Maar die rotzooi vult dat vacuüm natuurlijk niet, dus wat doet men? Nog meer rotzooi kopen natuurlijk die evenmin het geestelijke vacuüm vult. [7]

Narcisme en digitale vriendschap gaan hand in hand. Als de profielen op Hyves en Facebook één ding bewijzen is dat mensen in naam van kijk eens hoe goed _ik_ het heb hun meest intieme zaken (vaak tot aan de trouwfoto’s toe) aan hun profiel koppelen. Als men dan ook nog vrienden maakt met bekende Nederlanders (die ieder op zich de Bijbelse waarschuwing tegen idolatrie rechtvaardigen) is de narcistische persoonlijkheid voor de komende minuten weer verzadigd.

Goed, nu we weten hoe het niet moet kunnen we beginnen met de ontdekking van de werkelijke vriendschap. In vriendschap zit zoals we eerder al vaststelden wederkerigheid en liefde [4] [8]. Deze wederkerigheid begint met welwillendheid volgens Aristoteles. [9] Welwillendheid is dus zo wel een houding als een handeling. [10]

Aristoteles heeft in zijn taxonomie van de vriendschap enige hiërarchie in vriendschap proberen aan te brengen. Als we Aristoteles volgen in zijn taxonomie is genot de laagste vorm van vriendschap, daarna komt nut en de hoogste vriendschap is vriendschap gebaseerd op het goede. [11]

Maar wat zijn nu de verschillen tussen Augustinus en Aristoteles? Een stukje uit Ethica:

"Moet men zich dan tegenover een vroegere vriend helemaal niet anders gedragen dan als hij nooit een vriend was geweest? Moet men dan niet eerder de herinnering koesteren aan de vertrouwdheid van weleer? En moet men niet, zoals men naar mij menen vrienden eerder dan vreemden een genoegen met doen, ook degenen met wie men bevriend is geweest, wegens die vroegere vriendschap enige sympathie betonen, als men tenminste geen buitensporige slechtheid van hun kant is die tot de breuk heeft geleid" Ethica, 1165 b 35

Iedereen merkt dat het woord vergiffenis van een vriend hier in de lucht hangt, maar toch niet genoemd wordt. Hier is dus een verschil te bemerken tussen Augustinus en Aristoteles [12]. Maar er is ook een ander beeld wat hier ontstaat. Augustinus en Aristoteles vullen elkaar aan.

Augustinus gaat ook veel verder dan welwillendheid. Volgens Augustinus is vriendschap liefde. [4] Vriendschap is onbaatzuchtig. Vertrouwen is daarom ook bij Augustinus een veel groter thema dan bij Aristoteles. Verdere verschillen tussen Augustinus en Aristoteles kan men vinden in de sfeer tussen de ruimte waarin het toegestaan is dat vrienden in elkaar verschillen. Als die verschillen te groot zijn, beaamt Augustinus, dan kan vriendschap niet bestaan. Zoals het verschil tussen mens en God te groot is. Een mens kan dus nooit God’s vriend worden. Maar op kleinere schaal kan dat wel. Men kan denken aan verschillen in intellectuele capaci