"Kook niet in de pan waarin je buurman gekookt heeft."   -   Pesachim
De waardigheid van de menselijke persoon

donderdag 29 oktober 2009 15:30 door Jonathan van Tongeren

Het achterhalen van het begrip regime of politeia zoals uitgewerkt in de politieke filosofie van Plato en Aristoteles kan ons helpen de grote invloed aan het licht te brengen die de cultuur kan hebben op de harten en hoofden van alle burgers, met inbegrip van christenen. Het regime is de hele politieke en sociale orde. Het verwijst naar de morele voorkeuren, levensstijl, regeringsvorm en de geest van de wetten. Zo verstaan heeft het regime een cruciale invloed op de levens van de meeste individuen. Slechts enkelen, zoals geïnformeerde, toegewijde christenen, zouden aan deze invloeden kunnen ontsnappen.

Sinds de opkomst van het Christendom, is het regime niet langer noodzakelijkerwijs even beslissend in de levens van individuen. Gods Woord en zijn genade, bediend door de Kerk, kunnen van ganser harte omarmd worden, zelfs temidden van kwalijke regimes. De ervaring leert ons echter dat menig christen te zeer beïnvloed wordt door het regime, dat wat we doorgaans de cultuur of de maatschappelijke omstandigheden noemen.

Het liberalisme en de liberale democratie hebben burgers er toe doen neigen over moraliteit in hoge mate in termen van rechten of subjectieve waarden te denken. Dit leidt op zijn beurt tot een fixatie op keuze en autonomie als doelen in zichzelf en op het welzijn van het vlees: veiligheid, gezondheid, genot en welvarendheid. Het liberale humeur is allesbehalve neutraal in de morele toon die zij zet voor de burgers. Zij zou openheid naar alle menselijke mogelijkheden inhouden, maar de hedendaagse versie van openheid moedigt niet het najagen van de waarheid aan, maar veeleer onderdanigheid aan de publieke opinie, een vooringenomenheid met het hebben van dingen en een hèrvorming van religie om aan te sluiten bij het humeur van de tijd. Liberale regimes brengen mensen ertoe een onvolledig begrip te hebben van menselijke waardigheid. Personen zouden waardigheid hebben omdat zij autonoom zijn en in staat om keuzes te maken. Volgens de meest gangbare opvatting in de hedendaagse maatschappij, wordt de waardigheid van de menselijke persoon in het bijzonder veilig gesteld door het verzekeren van de bescherming van rechten. De aanvankelijke en primaire nadruk op rechten is natuurlijk een logische stap, aangezien het autonome maken van keuzes het bezit van zekere rechten veronderstelt. Een ander gevolg van het begrijpen van waardigheid als iets dat bestaat bij de gratie van menselijke autonomie is het verbinden van de inschatting van de menselijke waardigheid van een persoon aan zijn kwaliteit van leven, in het bijzonder het in staat zijn tot het maken van autonome keuzes. De gedachte wordt intussen breed gedeeld, dat met het afnemen van zijn kwaliteit van leven automatisch ook de waardigheid van een persoon afneemt. Fysieke en mentale achteruitgang alsmede lijden zouden de menselijke waardigheid doen afnemen. In de rechtszaak Quill versus Vacco (1997) ging het tweede Hof van Beroep zelfs zo ver een omineuze uitspraak te doen over de wettelijke verplichtingen aan terminaal zieken. Ik citeer: “The state’s interest lessens as the potential for life diminishes.” De aanwezigheid van dit statement in een besluit van een Amerikaans Hof van Beroep, is een indicatie van een ontwikkeling richting het beschouwen van die personen met verminderde fysieke capaciteiten als minder dan volwaardig mens.

onwaardig gedragHet liberale verstaan van waardigheid nu, is een uitdaging voor de Kerk, zowel op het terrein van de gewone christelijke leer als op het terrein van de sociale leer van de Kerk. Zorgvuldig onderwijs is nodig, zodat christenen gaan begrijpen dat de waardigheid van de menselijke persoon niet in essentie afhangt van het in staat zijn tot het maken van keuzes. In de christelijke leer hebben mensen waardigheid omdat zij zijn geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, vrijgekocht door Jezus Christus en bestemd voor eeuwig leven in gemeenschap met God. Zoals het Tweede Vaticaanse Concilie het stelde: “De voornaamste grond van menselijke waardigheid is gelegen in de roeping van mensen tot gemeenschap met God.” Geschapen zijn naar het evenbeeld van God en vrijgekocht door Jezus Christus maakt het voor een ieder mogelijk om te antwoorden op Gods uitnodiging tot gemeenschap met Hem. Deze drievoudige grondslag voor menselijke waardigheid is zowel onverzettelijk als leerzaam. Geen handeling van de menselijke persoon kan deze grondslag verwijderen. Zelfs wanneer mensen de ergste zonden en misdaden begaan of lijden onder verminderde fysieke of geestelijke capaciteiten, behouden zij deze menselijke waardigheid.

Terwijl deze christelijke leer aangaande het permanente karakter van menselijke waardigheid vaak genoemd wordt en wordt erkend door geïnformeerde christenen, is het veel zeldzamer dat christenen ook te horen krijgen dat waardigheid ook een doel of een prestatie is. Gezien de grondslag van menselijke waardigheid en de realiteit van de zonde, volgt het logischerwijs dat allen zich moeten inzetten, zich moeite moeten geven, om hun ultieme doel te bereiken, gemeenschap met God. Christenen zetten zich doorgaand in om hun waardigheid te bereiken, door het zoeken van de waarheid, door het weerstaan van de zonde, door het oefenen van de deugd en het belijden en boete doen wanneer zij zijn gezwicht voor de verleiding. Met andere woorden, waardigheid is niet alleen een permanent bezit. In zekere zin is waardigheid iets dat men zich eigen kan maken gedurende een mensenleven van leven volgens de volheid van de waarheid. De beroemde kerstpreek van St. Leo de Grote brengt dit op een gedenkwaardige manier naar voren: “Christian, recognize your dignity and now that you share in God’s own nature do not return by sin to your former base condition.” Het is belangrijk om op te merken dat dit citaat tevens de eerste zin is van het gedeelte over moraliteit in de Catechismus van de Katholiek Kerk. Het richt meteen de aandacht op de noodzakelijkheid van het bereiken van menselijke waardigheid door zonder zonde te leven. De pastorale constitutie van Vaticanum II aangaande de Kerk in de moderne wereld stelt dat: “…man achieves [the dignity to which he is called] when emancipating himself from all captivity to passion, he pursues his goal in a spontaneous choice of what is good, and procures for himself through effective and skilful action, apt means to that end. Since man’s freedom has been damaged by sin, only by the help of God’s grace can he bring such a relationship with God to full flower.”

Bovenstaande tekst is een weergave van een lezing in het kader van de Werkgroep ‘Menselijke Waardigheid’ van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) in de marge van het congres van de ChristenUnie op 3 oktober jl. te Zwolle.

Verder lezen: 

 

   
categoriechristendom |  liberalisme |  lifestyle |  maatschappij |  tagmenselijke waardigheid