"Lijden is niet iets definitiefs, maar iets dat voorbijgaat; geluk is niet iets van de tijd, maar van de eeuwigheid."   -   Robert Lemm
Volkomen haat: Een reprise van de zaak Tiller

donderdag 15 oktober 2009 12:51 door Jonathan van Tongeren


Bij het lezen van Psalm 139 werd ik opnieuw bepaald bij de casus George Tiller. Ter opfrissing van uw geheugen: Dat geval betrof, kort samengevat, een prolife-activist die een abortusarts vermoordde. Psalm 139 is met recht een geliefde psalm onder christenen en wordt vaak aangehaald bij geboortes. Vooral de verzen 13 tot en met 16, die in de NBG '52 als volgt luiden:

"Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in den schoot van mijn moeder geweven. Ik loof u omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn uw werken; mijn ziel weet dat zeer wel. Mijn gebeente was voor u niet verholen, toen ik in het verborgene gemaakt werd, gewrocht in de diepten van het aardrijk; uw ogen zagen mijn vormeloos begin; in uw boek waren zij alle opgeschreven, de dagen die geformeerd zouden worden, toen nog geen daarvan bestond."

De verzen 19 tot en met 22 van dezelfde psalm worden echter meestal overgeslagen:

"O God, dat Gij toch de goddelozen ombracht - gij, mannen des bloeds wijkt van mij - die arglistig tegen U spreken en uw naam tot leugen gebruiken, uw tegenstanders. Zou ik niet haten Here, wie U haten, niet verafschuwen wie tegen U opstaan? Ik haat hen met een volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij."

Het is verhelderend om de verzen 19 tot en met 22 te lezen in het licht van de verzen 13 tot en met 16. "Goddelozen" en "mannen des bloeds" ("zondaars" en "jullie die bloed vergieten" in de NBV) zijn dan termen die van toepassing zijn op abortusartsen. Het werk van abortusartsen bestaat immers uit het vergieten van het bloed van vormeloze beginnen, dan wel reeds vergaand gevormde beginnen, van mensen. Deze bloedvergieters staan op tegen de Here en de retorische vraag van de psalmist is of hij hen niet zal haten en verafschuwen, waarop hij bevestigd: "Ik haat hen met een volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij." Het woord 'vijanden' is in de Latijnse vulgaat 'inimici'. We moeten hier dus het zogenaamde hostis/inimicus -onderscheid in gedachte roepen. Kort gezegd, een hostis is een vijand die je naar het leven staat en vice versa, een inimicus is een vijand in de overdrachtelijke zin. Yossman heeft op De Apologeet reeds eloquent uiteengezet waarom de moord op abortusarts Tiller niet gerechtvaardigd was. Ik zou er aan toe willen voegen dat wanneer een abortusarts van inimicus ook hostis wordt, bijvoorbeeld wanneer de staat gedwongen abortus sanctioneert (zoals bijvoorbeeld in bepaalde delen van de Volksrepubliek China gebeurt) moord op een abortusarts wel gerechtvaardigd is.

Hoewel de moord op abortusarts Tiller dus niet gerechtvaardigd was, denk ik dat christenen wel een belangrijke les moeten trekken uit dit verhaal. Hedendaagse christenen zijn vaak zo bezig met het liefhebben van de naaste, het liefhebben van de zwakke in de samenleving, dat ze vergeten dat het liefhebben van de zwakke ook een keerzijde heeft, namelijk het haten van de sterke die de zwakke vertrapt. Maar ook een abortusarts is toch een naaste? Ja, naastenliefde is belangrijk, maar zij moet altijd geworteld zijn in de waarheid (Caritas in veritate). Dit zien we ook duidelijk terug in de brieven van Paulus, wanneer hij bepleit dat een kerklid dat van God los is geraakt aan Satan overgeleverd moet worden (I Kor. 5:5), dat is 'tough love' (op deze site is ook reeds het een en ander gezegd over het verband tussen liefde en tucht). Die harde liefde moet er zijn voor onze broeders en zusters. Jezus leert ons dat we ook onze vijanden lief moeten hebben, dat moeten we echter niet verkeerd verstaan. God heeft de mens lief, maar haat de zondaar. Als we bloedvergieters niet haten, doen we hen wiens bloed vergoten wordt in liefde tekort. Als we abortusartsen niet oprecht haten, hebben we ongeboren kinderen ook niet oprecht lief. We moeten ons realiseren dat onze liefde niet volmaakt is, zolang onze haat niet volmaakt is. Liefde en haat kunnen niet buiten elkaar, want echte liefde discrimineert.