Wie kent niet de Boerenpartij en boegbeeld Hendrik Koekoek? De boerenpartij kwam vanaf eind jaren vijftig op en kwam voort uit de beweging van Vrije Boeren. Aanvankelijk bestond het electoraat van de Boerenpartij, die in 1963 – het jaar van de boerenopstand in Hollandscheveld - 3 zetels in de Tweede Kamer kon gaan bezetten en 1967 zelf 7, voornamelijk uit kleine boeren die zich verzetten tegen een overheid die zich in toenemende mate bemoeide met het boerenbedrijf. Een overheid die, zoals op dat moment overal in Europa gedaan werd, aanstuurde op schaalvergroting van boerenbedrijven, wat evident het einde moest betekenen van veel kleine boeren.
De opkomst van de Boerenpartij mocht niet baten, de kleine boeren waren simpelweg niet opgewassen tegen het politiek geweld, binnenlands en op Europese schaal (Sicco Mansholt). Van de boerenpartij is inmiddels niet veel meer over. Na Koekoek ging het hard bergafwaarts. Evert Jan Harmsen, op wiens schouders de leiding nadien rustte, hield het in de Tweede Kamer niet lang uit, maar was nog wel een tijd wethouder in Apeldoorn, waar hij tot 1988 met zijn Binding Rechts in de gemeenteraad zat. Ook heden ten dage is het laatste overblijfsel van de Boerenpartij op de Veluwe te vinden, namelijk in Heerde-Wapenveld, twee gemeenten ten noorden van Apeldoorn, waar zij twee zetels in de gemeenteraad bezet. Tot 2006 werd de Boerenpartij in Heerde geleid door Hendrik Jan van Duren (overleden februari 2008), het langst zittende gemeenteraadslid van Nederland, namelijk van 1963 tot 2006. Hendrik Jan van Duren, wiens motto was “Recht en Gerechtigheid”, werd door de lokale bevolking dan ook op handen gedragen. Toch liep hij niet naast zijn schoenen, hij is altijd zichzelf gebleven, altijd boer gebleven en altijd bereid om in gesprek te gaan met inwoners van zijn gemeente, gewoon aan de keukentafel op de boerderij. Na het overlijden van Van Duren sr., heeft de Boerenpartij in Heerde onder leidig van Van Duren jr. maar besloten door te gaan onder de naam Gemeentebelang-Boerenpartij, want wie stemt er nu nog op een Boerenpartij?
Van Duren was afkomstig uit de Christelijk-Historische Unie (CHU), net als Hendrik Koekoek overigens. Die CHU is inmiddels opgegaan in het CDA (1975). Heden ten dage stemt een groot deel van de boeren in Nederland op die partij. Dat zijn evenwel voornamelijk de grote boeren, kleine boeren zijn er immers nagenoeg niet meer. Het CDA vertegenwoordigt ook vooral de belangen van grote boeren en heeft dat sinds zijn oprichting gedaan, door zijn enthousiaste ondersteuning van de schaalvergrotingspolitiek, net als zijn voorlopers (CHU, Anti-Revolutionaire Partij en Katholieke Volkspartij). Destijds, na de Tweede Wereldoorlog, was er natuurlijk de noodzaak voldoende voedsel te produceren, maar intussen hebben we ons nog altijd niet door de boterberg heen kunnen eten en hebben we kennelijk een van de pot gerukt verschijnsel als Marianne Thieme's Partij voor de Dieren (PvdD) nodig om ons aan het verstand te peuteren dat intensieve veehouderij misschien toch niet zo’n goed idee was. Boeren stonden traditioneel voor de vrijheid van een volk, omdat ze door middel van hun boerenbedrijf altijd in hun levensonderhoud konden voor zien, autarkisch, zelfbedruipend waren en uit de overvloed van hun productie konden verkopen. Daarom trokken stadsmensen tijdens de Hongerwinter van 1944-1945 ook naar het platteland om langs boerderijen te gaan om eten te schooien. De hedendaagse boer is echter niet autarkisch, maar bestaat bij de gratie van subsidies uit gemeenschapsmiddelen, toegekend door de staat en door dat construct dat men geen superstaat schijnt te mogen noemen, en moet in ruil daarvoor nog gebukt gaan onder onafzienbare administratiedruk.
Inmiddels is er, tot grote vreugde van de snoeshanen in Den Haag, een enkele boer die onder de druk bezwijkt en zich bekeert tot het biologisch boeren. Biologisch boeren is tegenwoordig omgeven met een new age- en reformwinkelachtig aura, terwijl we ons in gemoede af mogen vragen of veel van de kleine boeren van vroeger, die door de politiek om zeep zijn geholpen, niet veel dichter in de buurt kwamen van biologische boeren dan de intensieve veehouders die het CDA in zijn greep houdt en vice versa. Een eerlijk pleidooi voor biologisch boeren is een pleidooi voor middeleeuwse toestanden, ondergetekende is daar overigens niet vies van, maar hoor ik ook een "Amen!" van Marianne Thieme?
De schrijver is kleinzoon van een ‘Vrije Boer’.